Het Territorium Signaal

De Territorium Fluit

 

Over het gebruik van de z.g. TT fluit of eigenlijk signaal lopen de meningen nogal uiteen. Dat komt m.i. omdat er duidelijk twee categorieën voorjagers zijn.

  1. dat zijn de voorjagers die trainen voor wedstrijden en proeven.
  2. dat zijn de voorjagers die de hond trainen voor het werk in de praktijk.

En tot die laatste categorie behoor ik duidelijk ook.  En …..heb ik een uitgesproken persoonlijke mening over het trainen met een territoriumsignaal.

Even terug in de historie :

Ooit heeft de mens honden gefokt die over genetische eigenschappen beschikten die hem bij uitstek  geschikt maakten als jachthond. De jagers namen een hond mee op jacht als hulp om het wild te vinden voor het schot en ook het geschoten wild op te zoeken en te apporteren. Dat was omdat de hond over betere zintuigen beschikte als de mens en vooral zijn fantastische reukvermogen hielp daarbij enorm. De hond was dus duidelijk de hulp van de jager.

En…nu worden op proeven, W.T. en wedstrijden de rollen omgekeerd ! De jager helpt de hond.

1e Situatie op een OWT :

De hond wordt uitgestuurd voor een ver apport in b.v. lichte dekking (lang gras). De voorjager markeert de valplaats. Zodra de hond vlak bij de valplaats is aangekomen, geeft de voorjager het territoriumsignaal, wat voor de hond betekent : neus aan de grond en zoeken.

2e Situatie op die OWT : Verloren apport in halfhoge dekking in het bos. De helper staat ca. 15 m achter de valplaats. De valplaats is ca 40 m. van de inzetplaats. De hond wordt uitgestuurd met het commando “zoek apport”. De hond gaat in een rechte lijn naar de helper (vanaf de tweede hond ook over het spoor van de voorganger) en zodra de hond op een tiental meters voor de helper is aangekomen krijgt hij het territoriumsignaal. De meeste honden vonden dan wel de dummy vrij snel.

Nu de praktijkjacht  :

Het maakt niet zoveel uit of het een drijfjacht is of een jacht voor de voet. In beide gevallen zal het geschoten wild meestal niet als een baksteen naar beneden vallen, maar vooral fazanten zeilen vaak nog wel een heel eind door. (ooit stond ik met 2 collega jagers aan de beek op eenden te jagen en ze vielen allemaal in een stuk bieten van zo’n 10 ha. Ik wist er geen te liggen van de 10 eenden, maar mijn Springer heeft ze allemaal gevonden !) Op een vlakte kun je ze dan nog wel markeren, maar als je zelf als jager in de dekking staat, is dat niet zo. Als je dan je hond uitstuurt op een verloren apport in lang gras of een bietenveld dan dient je hond het terrein systematisch af te zoeken waarbij hij instinctief gebruik maakt van de wind en op die manier zo snel mogelijk verwaaiing oppakt. Niemand kan de hond aanwijzen waar het wild ligt en dat hoeft ook niet. Daarvoor hebben we juist onze hond !

In de praktijkjacht heb je dus NIETS aan zo’n territoriumsignaal, kun je het ook niet gebruiken.

De conclusie is dus dat alleen de voorjagers die voor wedstrijden hun hond trainen enig nut kunnen hebben van dat territoriumsignaal. Wordt zo’n voorjager ooit eens meegevraagd op een jachtdag, dan staat zijn hond na een doorgevlogen eend zijn baas aan te kijken van : “Baas zeg me even waar hij ligt”. Ja, ja denkt de jachthouder, volgende keer neem ik toch oude Blacky maar weer mee…..

Het zal u duidelijk zijn dat ik de voorkeur geef aan het trainen voor de praktijk, n.l. om het zoekvermogen, het neusgebruik, het gebruiken van de wind en het initiatief van de hond zo veel mogelijk te ontwikkelen en te oefenen.  Bij een verloren apport hoort geen helper te staan en eigenlijk dient elke hond een andere valplaats te hebben. En verder de hond de tijd geven om het wild te vinden. Daardoor leert hij zijn reukvermogen optimaal te gebruiken. Je ziet maar al te vaak honden door de dekking raggen zonder hun neus te gebruiken……Mijn mening is dus : trainen zoals de praktijk verlangt !

 

Advertenties
%d bloggers liken dit: